dinsdag, april 19, 2011

Creative reciclaje: muurschildering met doppen! (II)

een van onze laatste projecten: muurschildering met plastic doppen. Goed, het rood laat zich raden (de populairste drank wereldwijd...) maar ook doppen van andere drankjes, of van kruiden, mayo etc. zijn van nut. In combinatie met een plastic flessen recycle project (waar ze altijd de doppen weggooiden!) is dit een lumineus idee om creatief te recyclen. pas op met geverfde muren: daar moet je eerst de verf afbikken, want anders pakt het cement niet. Vier dagen lang, met een expert erbij en zo´n 40 jongeren en kinderen die er geen genoeg van konden krijgen: een geweldige ervaring!













Creative reciclaje: muurschildering met doppen! (I)









fotos feestweek (II)





Inmiddels zijn we weer een heel aantal activiteiten verder. Het is ongelooflijk druk momenteel, want alles wat er nog gedaan kan worden met fondsen voor de Mosquitia in het kader van het culturele programma, kan en moet nu, voor eind juni, gerealiseerd worden. Bij tijd en wijle zwaar vermoeiend, maar over all gewoon erg leuk, omdat er nu ineens veel meer kan!

Hier wat foto´s, beginnend met de activiteiten van de jaarlijkse feestweek, halverwege maart. Met de vrijwilligers deden we mee aan de ´corso´ optocht, en verder hebben we weer een heleboel spelletjes georganiseerd. Ik blijf me verbazen over de creativiteit van de jongeren; het meest hilarische spel vond ik wel de ´dans met de sinaasappel: een muziekje met ritme, en de paren moeten dansen met een sinaasappel tussen hun hoofden. Het stel wat ´t langst volhoudt, wint. Levert geweldige poses op!

fotos feestweek (I)








zaterdag, januari 29, 2011

HABITAT II

Celia´s jongste dochter

het terrein van doña Marta

doña Marta voor de keuken

de huidige woning van Marilu en familie, met op de voorgrond de ´badkamer´

Het huizenproject heeft even stil gelegen, deels wegens andere bezigheden van de commissieleden, en deels vanwege onduidelijkheid of e.e.a. nu echt van de grond zou komen, en we geen lege beloftes zouden doen. Habitat probeert hulp te krijgen van de gemeente Puerto Lempira, een lokale houtcorporatie en de gedeputeerde voor het department Gracias a Dios, en dat zijn een aantal langzame processen. Maar ons is verzekerd dat hoe dan ook de huizen gebouwd zullen worden, dus we kunnen doorgaan met de bezoekjes en het in kaart brengen van de sociaal-economische situaties van mogelijke deelnemers.

Als commité hebben we ons gesplitst in verschillende teams om meer gedetalleerde informatie over mogelijke deelnemers te verzamelen, zoals kopieën van identiteitskaarten, namen en geboortedata van kinderen, eventuele partners, inkomens en ook om foto´s te nemen van de huidige woonsituatie en het stuk grond waar het uiteindelijk huis gebouwd moet worden. Omdat het project nog in de pilot fase zit, komen alleen mensen in aanmerking die legaal grond bezitten.

Alleen in de bebouwde kom van Puerto Lempira kun je grond kopen met een kadasterregister. Daarbuiten valt alle grond van La Mosquitia onder beheer van de inheemse federaties, die toestemming verlenen (of verkopen) voor het gebruik van grond. Omdat we (nu) nog voornamelijk in de bebouwde kom werken, hebben we dus de gemeentelijke kadasteruittreksels nodig als bewijs voor het grondbezit. Eén van de comitéleden is rechter bij de lokale rechtbank, en heeft in naam van potentiele projectdeelnemers heel wat papierwerk kunnen bemachtigen. Grond die bijvoorbeeld nog in afbetaling is, of grond die nooit officieel gekocht is, maar waarvan wel bewezen kan worden dat ze al jaren door dezelfde familie bewoond wordt, kan zo gelegaliseerd bezit worden, zeker wanneer het gaat om kansarme gevallen (vaak alleenstaande moeders of mensen met een handicap).

Vorige week hebben we een heel aantal bezoekjes gedaan, en in de meeste gevallen hebben de potentiele deelnemers lappen grond van tussen de 300 en 500 vierkante meter. De grondsoort wisselt sterk binnen Puerto Lempira, we komen steenachtige bodem tegen, maar ook zandgrond, rode klei en stukken moeras, die duidelijk ´voorbereid´ moeten worden met kilos zand wil je er überhaupt op gaan bouwen. De regentijd is inmiddels voorbij, en zo komen we ook bij Doña Marta (zie bericht ´Ze hebben geen vader´), waar de modder ons nu niet de toegang verspert. Ze heeft een aardig terrein van zandgrond, met een aantal kokospalmen en andere bomen waartussen een (weliswaar versleten, maar nog bruikbare) hangmat hangt, en op de achtergrond uitzicht op het Karataska-meer. Het is het type terrein waar menig stadsmens jaloers op zou worden. Elsa, de rechter van het comité, heeft goed nieuws voor doña Marta: ze kan de legalisatie van de grond regelen, en heeft al een voorlopige verklaring van eigendom. We nemen foto´s en praten wat met de familie, krijgen verse kokos aangeboden en je zou bijna vergeten dat we komen om haar als ´kansarme´ in te schrijven voor het huizenproject…

Ook komen we weer bij doña Celia en in haar geval is de ´strijd´ om de grond nog niet gestreden: weliswaar zou ze door jarenlang gebruik de grond kunnen legaliseren, maar ze vertelt dat ze bedreigingen heeft ontvangen van iemand die zegt dat de grond van hem is. Terwijl we haar gegevens opnemen, komt haar zes-jarig dochtertje dichterbij, een uitgelaten kind dat koekjes begint uit te delen. Ze praat honderduit en identificeert zich helemaal met de miriki (zo worden buitenlanders in het miskito genoemd) want ook zij heeft een rokje aan met daaronder een korte broek. ´Ik wil ook op de foto!´ De vrolijkheid zelve. ´Heeft u een man?’ vraag ik intussen aan Celia om het vakje ´partner´ op het formulier in te kunnen vullen. ´Nee, momenteel heb ik geen man´…

Teruglopend naar onze fietsen vertelt Elsa me dat Celia´s man veroordeeld is wegens verkrachting van één van zijn dochters. ´Dat meisje, wat zo vrolijk met jou praatte… toen ze drie was. Hij is gevlucht en niemand weet waar hij uithangt.´ Ik kijk ontdaan en doña Angela, een ander comitélid zegt: ´Así son´. Zo zijn ze. ´Ik vertrouw mijn schoonzoon ook niet, en mijn kleindochter is al elf.´

Het grijpt me nog meer aan als ik hoor dat het niet Celia, maar de buren zijn die uiteindelijk aangifte hebben gedaan. Celia heeft duidelijk moeite haar gezin op de rails te houden. Haar –toch al betwistte- terrein ligt bezaaid met rommel, niet alleen huisafval maar ook fietsonderdelen, een kapotte paraplu en ander schroot. Elsa vermoedt dat ze één van haar kinderen erop uit stuurt om verkoopbare dingen te stelen… Toen we vroegen naar haar inkomen, vertelde ze dat ze schoenen repareert, maar al wekenlang geen kapotte schoenen meer had gehad.

Het blijft me nog dagenlang bij. Een extreem geval, maar niet geheel op zichzelfstaand, en dan nog een verhaal wat uitkomt. Toen ik vorig jaar een onderzoek onder jongeren deed, bleek al dat dit soort dingen ook hier vaker voorkomen dan je denkt, en al wordt het cultureel sterk afgewezen, vaak verdwijnt het in de (uitlekkende) doofpot, met informele ´regelingen´, meestal een geldbedrag betaald aan het slachtoffer of haar familie, zonder aangifte te doen. Een trieste realiteit.

zondag, januari 23, 2011

Het hardlopen op de landingsbaan

Als je lekker ´zit´ in je loop, neemt het ritme, de cadans van je voetstappen je soms vanzelf mee. Momenteel is mijn conditie niet zo geweldig, maar een tijdje geleden had ik weer zo´n moment, en een beetje in gedachten verzonken was ik aan mijn tweede rondje begonnen over de landingsbaan.

Pas na een tijdje zag ik hem, een militair in uniform, compleet met geweer en al, energiek op mij aflopend uit de verte van de baan. Hij doet alles om bezorgd mijn aandacht te trekken: hij zwaait wild met zijn armen op en neer, eerst gestrekt voor zijn lichaam, en dan, als ik gewoon rustig door blijf lopen, langszij, en op nog een heleboel andere manieren. Ik snap niks van de hele vertoning van zwaaiende armen… Moet ik van de baan af? Gaat er een of andere protocolaire ceremonie beginnen? Ik loop net zo lekker…

Ik probeer te praten, maar de militair brengt geen woord uit en begint een beetje ongemakkelijk te kijken. Dat gebeurt wel eens vaker, dat mensen denken dat ik alleen Engels spreek, en zich dus maar niet wagen aan woorden. Maar hij lijkt steeds bezorgder en blijft maar wild zwaaien, terwijl hij steeds dichterbij komt. Plotseling wijst hij naar de lucht, en roept met alle kracht uit: AVIÓN!!! Dat begrijp ik wel en ik ben gelijk uit mijn trance, zal ongetwijfeld een bizar sprongetje gemaakt hebben, kijk achterom en omhoog, versnel, en voor ik het weet is het vliegtuigje al geland, op zo´n honderd meter afstand.

Uiteindelijk werkt de hele situatie nogal op mijn lachspieren. Het is een van de kleine 6-persoons toestelletjes, type wat ook de straat over steekt, en waarvan er wel een heleboel tegelijk zouden kunnen landen op die inmense landingsbaan. Zonder dat je daar als hardloper nou last van hoeft te hebben, zoals ook nu weer blijkt.

maandag, januari 17, 2011

Aines

Aines is onze steun en toeverlaat in een kantoor met weinig voorzieningen. Als lid van de inheemse vrouwenorganisatie MIMAT, bij wie ik een plekje op kantoor heb, runt ze de pulpería die de vrouwen een paar jaar geleden geopend hebben naast het kantoor: ze verkoopt water, frisdrank, snoep en koekjes, chips, aspirines en meer van dat soort dingen, in altijd wisselende hoeveelheden en samenstellingen. Op verzoek zet ze koffie, en als het regent doet ze dat spontaan. Kortom, een oase voor voorbijgangers en ons kantoormensen.

Als vaste klant van Aines mag ik snoepen en drinken op krediet. Behalve die gunst verleent Aines me er nog een heleboel meer: ze houdt me op de hoogte van de (mannen) roddels (´Feliciano zegt dat je de vrouw van zijn dromen bent´, ´He hoe is het met die kleine, hoe heet hij ook weer, ik zeg altijd maar dat dat je vriend is…´ (zeker met de brandweer gepraat)), en belangrijker, ze helpt vaak in de catering tijdens activiteiten met de vrijwilligers, ook als vrijwilliger. Ik zou niet weten wat te doen zonder haar hulp, ze heeft al heel wat drinkwaterzakjes gevuld, frisdrank gekoeld, soms zelfs gekookt en materialen schoongemaakt. Bovendien heeft ze een ´wasvrouw´ voor me geregeld: een arme alleenstaande moeder die dolblij is met wat extra inkomsten voor het wassen van mijn kleren. Aines is er altijd, nog voor ik op kantoor aankom, staat zij de pulpería aan te vegen, en als ik naar huis ga, praat zij nog met de watchieman die ´s nachts de boel bewaakt. Altijd vrolijk, altijd in voor een praatje, en zonder geld te vragen voor haar gunsten.

Vlak voor oud en nieuw ging ik even bij haar buurten, ook al was er niemand op kantoor, zij bemande de pulpería als altijd, en ze was dit keer zelfs aan een grote schoonmaak bezig. ´Ik maak alles schoon, zodat ze niet kunnen zeggen dat ik een zootje heb achtergelaten.´ ´Hoe bedoel je?’ Ze zet de bezem even neer en kijkt me monter aan: ´Ik ga weg. Ik heb besloten op te stappen, per januari komt er iemand anders.´ Ik begrijp het niet en struikel over mijn eigen vragen, want ik schrik een beetje van die bericht. Het blijkt terug te voeren op een typische vertrouwenskwestie tussen de vrouwen van MIMAT: ze vertrouwen Aines niet, want de pulpería levert niet genoeg op, en Aines is degene die het geld beheert, en dus laat verdwijnen. ´Dicen que yo como´, ze zeggen dat ik het (geld) opeet. Tenminste, dat is het gevoel wat Aines heeft, en om de eer aan zichzelf te houden, besluit zij op te stappen. ´Mijn baantje gaan ze aan Lidia geven, die is heel streng´. Goed, iets kan ik er wel van begrijpen, want mijn krediet is soms zo weinig dat ik het liever zelf bereken, Aines is zonder twijfel een gezellige kletskous, en niet zo heel nauwkeurig, maar een dief lijkt me sterk.

Zonde! Zij vindt het ook jammer, maar het kan zo niet langer, als ze haar niet vertrouwen, wil ze niet langer blijven. Ik blijf af en toe buurten, om wat bij te praten en afscheid te nemen, en een beetje teleurgesteld begin ik me af te vragen hoe het met Lidia zal gaan, en of die ook zin heeft om te helpen met de vrijwilligers…

Dat ook hier het leven vol verrassingen zit, blijkt kort na oud en nieuw, als ik op kantoor aankom: ´Hey mairin painkira´, hé mooie vrouw, hoor ik een overbekende stem zeggen. De dagelijkse groet van Aines! ´Zij willen ook niet dat ik weg ga.´ Gelukkig nieuwjaar.

vrijdag, januari 14, 2011

Dagje petekind



Sinds ruim twee jaar ben ik madrina van Hilary. Eigenlijk snap ik nog steeds niet helemaal wat het peetmoederschap nou precies inhoudt, maar met af en toe wat (ik doe mijn best!) nuttige en verantwoorde kadootjes, belangstellende bezoekjes en een kleine maandelijkse bijdrage hoop ik toch een beetje in de buurt te komen. Nu kwam er van de week de vraag of ik haar niet een dagje wilde ´hebben´. Ik had nog vakantie, dus waarom niet…

Rond negen uur werd ze gebracht, inclusief een grote tas met schone kleren, luiers en flesjes. ´Ze heeft een beetje last van haar maag, en zal denk ik wel poepen.´ Goed. Even was het afscheid van mama moeilijk, maar toen die terplekke verzon dat ze zo weer terug zou komen van het ´boodschappen doen´, Hilary er in eerste instantie achteraan dreigde te rennen, legde ze zich er toch maar bij neer, zij het met een: Apúrate mamá, schiet op mama! En toen waren we alleen in mijn o zo interessante huis.

Hilary begint de dag met (letterlijk) alles uit de kast te trekken. Al snel geef ik me over aan een kaartspel: zij alle kaarten uit het doosje op de grond gooien, die ik er vervolgens weer in moet stoppen, en dan weer van vooraf aan beginnen: ´Anja, póngalos´. Even later lopen we samen door de straten van Puerto Lempira. Dacht ik dat ik na vier jaar niet zo´n opvallende verschijning meer was, met een peuter aan de hand voel ik veel blikken, en krijg ik opmerkingen als: ´Hé ik wist helemaal niet dat je een kind had´ en: ´Ik heb er nog wel een voor je, een jongetje´.

Terwijl ik pannenkoeken sta te bakken, ´doet´ Hilary de afwas, op een krukje bij de gootsteen. Hilary woont in een huis zonder gootsteen en stromend water, maar ik hoef haar niet uit te leggen hoe zoiets nou werkt. Voor ik er erg in heb, heeft ze uitgevogeld dat er water uit de kraan komt als je die open draait. De kraan, die z´n beste tijd sowieso al gehad had, heeft ze er in no time afgemold, en het straaltje water wat uit een soort gat komt borrelen, zorg voor echte hilariteit. Inmiddels is ze helemaal op het aanrecht geklommen en gaat de afwas verder direct vanuit de gootsteen, en heeft ze ook zichzelf helemaal ingesmeerd met afwasmiddel. Dan klinkt het: Límpiame, maak me schoon. Jawel, de inhoud van een maag die van streek is. Op zich komt het dan niet zo slecht uit om in de gootsteen te zitten.

Na de pannenkoeken gaan we slapen. Goed voorstel van mijn petekind, ik ben er inmiddels ook wel aan toe, een middagdutje. Maar ook mijn slaapkamer heeft allerlei interessante objecten, zo blijkt: ¿Cómo se llama? Hoe heet dat? Een vingertje wijst naar de ventilator. En herhaalt vervolgens dezelfde vraag wijzend naar de lamp. Dan de plaat aan de muur. Dat gaat zo een tijdje door, tot Hilary is ´uitgeslapen´, uit bed klimt en aan de klerenkast begint. Goed, laten we dan nog maar wat boodschappen gaan doen. ´Otra vez me cagué´, ik heb weer gepoept, klinkt het als we weer thuis zijn. De pannenkoeken zijn geen lang leven beschoren.

Zullen we koekjes bakken? Ja, dat kan ik wel. Leuk, dan gaan we dat samen doen… Maar ondertussen blijft de gootsteen de allergrootste attractie, met de kraan open uiteraard. Om een lege tank en ruzie met de buren te voorkomen, besluit ik tot Hilary´s verdriet het krukje op op te bergen, zodat ze er niet meer in kan klimmen.

Nog een poging doen om te slapen dan maar? Wel ja, altijd gezellig de slaapkamer… inmiddels zijn de luiers op en heeft Hilary niet veel meer aan dan een onderbroekje en een shirtje. Na wat heen en weer geklauter staat ze opeens weer naast het bed en zegt met een suikerzoet stemmetje: ´otra vez me cagué…´ Brsh, brsh klinkt het vanonder haar shirt, als bewijs dat dat geen verzinsel is. Vooruit dan maar, nog één keer in de gootsteen…

dinsdag, december 28, 2010

Kerst 2010 Honduras - Tela - Trujillo - Copán Ruinas



Weliswaar geen sneeuw, maar ook ongewoon frisse temperaturen hier, die al een paar weken voortduren, weinig zon en af en toe een jas aan. Kerst in Honduras.

Vergezeld van mijn Costaricaanse vrienden Laura en Carlos ben ik dit jaar naar Copán Ruinas en Tela geweest. Al was het mijn derde bezoekje aan de Maya ruines, het blijft ongelooflijk indrukwekkend. Een complex van meer dan een vierkante kilometer, omgeven door oude, hoge bomen, met steeds weer meer ontdekte figuren en opgravingen die nog steeds doorgaan. Je kunt er heerlijk ronddwalen, en daarnaast is het dorpje Copán Ruinas ook altijd gezellig. Reclame maken doe ik doorgaans niet, maar wie ooit deze kant opkomt, kan ik hotel-restaurant Via Via zonder meer aanraden: eenvoudige, goedkope kamers en een verrukkelijke menukaart. Verder van huis in Honduras kan ik vrijwel niet (Puerto Lempira ligt vlakbij de Nicaraguaanse grens, en Copán Ruinas bij de Guatemaltese), dus ik was er echt even helemaal uit.

Een andere aanrader voor reislustigen en avonturiers: de route via water en land naar ´de rest´ van Honduras vanuit de Mosquitia (Gracias a Dios). Al ken ik vrijwel de hele Mosquitia, ik was nog nooit via deze route gereisd, een paar keer overstappend per boot en uiteindelijk met een 4wheel drive over het strand (en deels overgezet met vlotten, jawel, met auto en al), kwam ik uiteindelijk aan in havenstad Trujillo. Een prachtige, 2 dagen durende tocht die goed te doen is, en met veel natuurschoon van dichtbij. Je hebt voornamelijk tijd nodig, en wat geld, want al met al kost het ongeveer evenveel (zo niet iets meer) als een vlucht van Puerto Lempira naar La Ceiba, en dan doe je het het 1,5 uur.

Trujillo is de voormalige hoofdstad van Honduras, en naar verluidt het punt waar Columbus voor het eerst voet aan de grond zette in Centraal-Amerika. Je kunt er een Spaans koloniaal fort bekijken, wat verhaalt van de bloedige geschiedenis, waar ook Nederland haar historische bijdrage aan geleverd heeft... De Hollanders stonden destijds als nummer 1 piraten bekend, en hebben in Trujillo een paar jaar na de eerste Spaanse kolonisatie de hele boel leeggeroofd en platgebrand. Uiteindelijk kwamen de Spanjaarden toch weer terug en werd Trujillo alsnog bij de rest van de Spaanse kolonie ingelijfd. Tja, ik ga hier de geschiedenislessen over de Gouden Eeuw toch in een ander perspectief zien…

Inmiddels ben ik weer thuis in Puerto Lempira, waar ik de jaarwisseling hoop door te brengen. Fijne dagen en alle goeds voor 2011!

Kerst 2010 in Honduras II





Kerst 2010 in Honduras





zondag, december 19, 2010

Cortometrajes van Puerto Lempira

Een workshop over korte films… heel veel docu´s kijken, vijf dagen lang en daarna zelf aan de slag in Puerto Lempira. Met dank aan UNICEF en de Franse Ambassade konden in oktober van dit jaar zo´n 25 jongeren deelnemen aan dit toch wel hoogtepunt voor veel vrijwilligers. Behalve een geweldige ervaring onder leiding van een Franse cineast, heeft de workshop 4 cortometrajes over Puerto Lempira opgeleverd, gefilmd en bewerkt door de jongeren. Ik heb er hier 2 ge-upload, en met name Triste Realidad (bovenstaand) vind ik erg goed gemaakt, een fictie over de invloed van werkloosheid en de drugshandel in Puerto Lempira. Hoofdrolspelers zijn de vrijwilligers zelf, waarvan een aantal eerder een theatertraining heeft gevolgd. Veel beelden spreken voor zich (hoop ik), met ondertitelen heb ik me nog niet bezig gehouden J
Omdat het uploaden niet meevalt, hier op mijn blog alleen de 2 ´toppers´, op You Tube hoop ik ze allemaal up te loaden (anjaldeboer), zoek op de volgende titels en/of Puerto Lempira:


· Triste Realidad
· Artesano con Esperanza
· Basura en Puerto Lempira
· Orfanatorio Mama Tara

Afval in Puerto Lempira

Een groepje maakte een korte documentaire over de afvalproblematiek in Puerto Lempira

zondag, november 07, 2010

Registratie

De afgelopen maand was Puerto Lempira het tonel van een grootscheepse registratiecampagne. Met hulp van UNDP zond het Registro Nacional de Personas een mobiele brigade van zo´n 25 ambtenaren uit Tegucigalpa naar de Mosquitia, waar naar schatting zo´n 15% van de bevolking geen identiteitspapieren heeft. Echt een schatting, want je komt ze bijna dagelijks tegen: mensen die geen bankrekening kunnen openen, geen contracten kunnen tekenen, en erger nog, ´legaal´ eigenlijk niet bestaan, en niet meetellen als het om verkiezingen gaat of voorzieningen per hoofd van de bevolking. Voordeel voor de burger zonder identiteit is natuurlijk dat je geen belasting betaalt, maar daar houdt het dan ook wel mee op. Met in het achterhoofd dat in sommige gebieden gezinnen gemiddeld 7 kinderen hebben, lijkt 15% een optimistische schatting.

Daar kwamen ze dan, de hoofdstedelingen, per vliegtuig naar een voor velen onbekend gebied. Gewapend met lange broeken (tegen de muggen), op sportschoenen (ze hadden gezegd dat je goede schoenen mee moest nemen), en in geuniformeerde t-shirts en petjes met het projectlogo, is het voor iedereen hier duidelijk dat ze ´uit de stad´ komen en een missie hebben. Behalve een passende outfit kwamen ook computers en registratieboeken mee, en een heleboel enthousiasme, dat moet gezegd worden. Kwamen ze in eerste instantie voor twee weken, al snel bleek dat veel te weinig tijd om ook alle ongeregistreerden te registreren. De projectcoordinator bleek flexibel en regelde een financiering voor nog twee weken, en zo werd de invasie een geintegreerd geheel in Puerto Lempira.

Een deel van de brigade deed rondes in omliggende dorpen, en een deel bleef stationair in Puerto Lempira. Dagenlang, inclusief de weekenden, registreerden ze lange rijen misquitos, die ontdekten dat er ook registratieprocedures zijn die wel werken, en dat je daar geen ´smeergeld´ voor hoeft te betalen (zoals bij het lokale registratiekantoor nogal eens gebeurt). Het invullen van formulieren, nemen van vingerafdrukken en identiteitsfoto´s is nog niet zo gemakkelijk voor een deels analfabete bevolking, voor wie het Spaans bovendien nogal eens een obstakel vormt. De coordinator vroeg of hij een aantal culturele vrijwilligers kon ´lenen´ om te helpen als tolk, schrijver of fotograaf. Ik stond versteld van de respons van de jongeren: een maand lang toonden ze zich solidair, en velen besteedden heel wat vrije uurtjes aan het helpen van hun medeburgers bij de registratieprocedures. En, zo bleek, velen hadden zelf ook nog de nodige procedures te volgen.

Net als de ambtenaren, kwamen ook de vrijwilligers met enthousiaste verhalen: ´Vandaag was er een gezin met 17 kinderen, en niemand had een carnet. Ook de opa´s en oma´s niet. We hebben ook een familiefoto gemaakt´. Kinderen die in een buitenechtelijke relatie geboren worden (en dat zijn er nogal wat) hebben het soms extra lastig, zeker als ze niet binnen een jaar na geboorte zijn aangegeven, want dan heb je twee getuigen nodig, en een doopbewijs of een papier van de lagere school om je alsnog te kunnen registreren. En de vaders staan niet altijd te springen om zo´n ´dienst´ te verlenen. Maar soms ook valt het mee: ´Anja, vandaag kwam er een jongen van 18, die vader is van vijf kinderen! Van twee vrouwen, het zijn zussen, en ze kwamen gewoon met z´n allen.´ En dan zijn er ´grensgevallen´ van vlak bij de Coco rivier, die Honduras van Nicaragua scheidt: ´hij is geboren in Honduras, en woont aan deze kant van de rivier, maar gaat naar school in Nicaragua. Kan hij zich hier nu registreren?´

Na een maand hard werken hebben we met taart en Cola op gepaste wijze afscheid genomen van de brigade. Nu maar hopen dat er vanuit Tegucigalpa druk wordt uitgeoefend om het lokale registratiekantoor beter te laten functioneren. Want anders staan er binnen een paar jaar weer lange rijen.



Registratie met hulp van vrijwilligers





zaterdag, november 06, 2010

´Ze hebben geen vader´

Habitat is een internationale organisatie die huizen helpt bouwen voor de poorest of the poor. Habitat Honduras heeft sinds kort contacten in de Mosquitia, en is bezig een pilot voor te bereiden in Puerto Lempira, en op de een of andere manier ben ik in het lokale selectiecommité beland, onder de voorwaarde dat ik wel wil meehelpen, maar niet mee beslissen, want het is nogal een verantwoordelijkheid om 15 families te selecteren die in aanmerking komen voor een gratis huis…

Dacht ik Puerto Lempira aardig te kennen, de confrontatie met onze kandidaten vind ik toch aangrijpend en ergens bizar. We bezoeken de mensen thuis en brengen een aantal gegevens in kaart over de woonsituatie, of ze grond bezitten, hoe groot de familie is en in wat voor huis ze wonen.

Ons eerste bezoekje is aan doña Yolanda, een alleenstaande moeder van 9 kinderen, in de leeftijd van 10 tot 22. ´En gisteren is mijn kleindochter geboren´, vertelt ze opgetogen. Met z´n allen wonen ze in een huisje ter grootte van een fikse woonkamer, waarbinnen een soort gordijn de keuken scheidt van het slaapvertrek van allen. Als ik vraag of de vader van haar kinderen haar ook helpt, vertelt ze dat ze getrouwd is, maar haar man al jaren geleden verdwenen is naar de stad, waar hij een andere vrouw heeft. Yolanda wil scheiden, maar dat kan niet, want hij heeft geen geld om terug te komen naar de Mosquitia om dat te regelen. Lastig detail is dat het stuk grond, wat zij in vele kleine afbetalingen heeft kunnen kopen, op zijn naam staat. Een van de comitéleden werkt bij de lokale rechtbank, en we vragen of het juridisch mogelijk is het terrein op haar naam te zetten. Dat moet wel kunnen, zeker omdat Yolanda alle bonnen van de afbetalingen op haar naam goed heeft bewaard.

Doña Hermelinda woont met man en zes kinderen, twee schoonzoons en drie kleinkinderen in een al niet veel groter huis. Niemand heeft een echte baan, maar alle volwassenen proberen hun steentje bij te dragen met kleine klusjes als vrachtsjouwer, schoonmaakster of wasvrouw.

Terwijl we nog bij Hermelinda zijn, komt Doña Marta langs. ´Er gaat geen weg naar mijn huis. En er ligt veel modder nu´. Haar blote voeten onder de spetters spreken dat niet tegen. Haar verhaal is triest, maar ze vertelt het monter: ´De regering helpt niet, en de autoriteiten ook niet. Sinds mijn dochter overleden is, zorg ik voor haar kinderen. Één is er overleden, en nu zijn er nog drie waar ik voor zorg. Wijzend naar haar borst vervolgt ze: ´de jongste had ze nog aan de borst, toen ze stierf´ (later hoor ik dat ze stierf aan de gevolgen van AIDS). En nu ben ik alleen, en ik werk hard om voor mijn kleinkinderen te zorgen. Ik was kleren, en soms maak ik vis schoon om te verkopen.´ Ik vraag of de vader van haar kleinkinderen haar helpt, en even monter als eerst antwoordt ze: ´Ze hebben geen vader´. Op mijn vragende blik licht ze toe: ´Mira, kijk, mannen komen alleen maar om je zwanger te maken, meer niet. Dan verdwijnen ze weer. Ik heb geen idée waar die vaders zijn.´ Ik laat het maar na naar de vader van haar dochter te vragen. Een collega-comité-lid vraagt of ze grond bezit, en Marta zegt overtuigend dat de grond waar haar huis op staat, van haar is. Of ze daar papieren heeft. Nee, dat niet, maar ze woont er al 20 jaar en dus is de grond van haar. Nu alleen nog het bewijsmateriaal in orde maken en Habitat kan aan de slag.

maandag, oktober 18, 2010

zaterdag, oktober 16, 2010

Tijdsverschil

Als er één ding is waar je als West-Europeaan in Latijns-Amerika aan moet wennen, is het wel het verschil in tijdsbesef. Het stereotype mañana, mañana heeft wel degelijk zijn redenen; sommige plannen blijven inderdaad altijd ´plannen´, maar veelal worden dingen gewoon op een gegeven moment, met de tijd, uitgevoerd.

Een dag in de Moskitia bestaat uit drie dagdelen: ochtend, middag en avond. De nacht wordt niet meegerekend om activiteiten te organiseren, want dan wordt iedereen geacht thuis te zijn. Vergaderingen of andere bijeenkomsten worden vaak wel gepland op een bepaald uur, maar iedereen kent la hora hondureña: genodigden komen op wat ze zelf ´Hondurese tijd´ noemen. Als iets wél heel stipt komt, kan in de planning vermeld worden: a la hora gringa!, oftwel, op Amerikaanse tijd, het uur van de klok, maar dat is een zeldzaamheid.

Wachten vind niemand leuk, ook niet de weinige deelnemers die wel vroeg komen. Niet dat er een probleem van gemaakt wordt, want de ´op tijd komers´ gaan even boodschappen doen, praten met de buren, ontwikkelen andere tijdvullende activiteiten of verdwijnen simpelweg. Eens zaten we te wachten op ´de rest´, voor een vergadering die om twee uur zou beginnen, en om kwart voor drie nog niet met de helft van de genodigden kon rekenen. Ik vroeg of ´ze´ nog zouden komen, en iemand gaf mij een inzicht in de tijdsbeleving die ik nooit zal vergeten: Het is toch nog steeds 2 uur…? Van 2:00 tot 2:59 is het twee uur. Een eyeopener die me heeft geleerd om een uur wachten niet meer zoveel te vinden. En nu snap ik ook waarom afspraken altijd op hele uren (en nooit om half of kwart over).

Je ontwikkelt vanzelf dingen die je kunt doen tijdens het wachten, en de informele contacten buiten de officiële vergadertijd zijn soms strategischer dan de vergadering zelf. Even snel vergaderen tussen 9 en 10 is lastig, je kunt er beter ´de ochtend´ voor nemen. Daarnaast is er altijd een grote variëteit aan excuses, die ook breed geaccepteerd worden: ´mijn moeder had me naar de winkel gestuurd´, ´ik was aan het wassen´, ´ik was in slaap gevallen´, ´mijn broer is ziek´, etcetera.

Goed, ik ben en blijf Nederlander, dus ik kan me enige ergernis soms niet onderdrukken. Toen ik een keer naar La Ceiba wilde vliegen, en ze me op het vliegveld vertelden dat de vlucht vertraagd was en ik nog wel even naar huis kon gaan, nam ik dat aanbod gretig aan (ook ik woon in barrio aeropuerto), en me werd geraden om 10 uur terug te komen. Rond kwart over tien stappen we allemaal in het vliegtuig, maar één stoel blijft leeg. Jerry, de grondsteward loopt de passagierslijst af en ontdekt dat doña Juana er nog niet is. ´Wacht, ik bel haar even´. Er klinkt wat gemopper, maar echt boos worden doet niemand. Ruim twintig minuten later stapt doña Juana hijgend in en we kunnen vertrekken. ´Sorry hoor! Ik was in slaap gevallen!´

zaterdag, september 11, 2010

Luchthaven Puerto Lempira

Als je naar Amsterdam vliegt, landt je op luchthaven Schiphol. Als je naar Tegucigalpa vliegt, op aeropuerto Toncontín. Vlieg je naar Puerto Lempira, dan landt je gewoon midden in Puerto Lempira. Geen luchthaven met een indrukwekkende of historische naam, gewoon een van zand en grind aangelegde landingsbaan. Naast de haven aan het meer van Caratasca, is dit Puerto Lempira´s belangrijkste toegangspoort. Vanuit Honduras bestaat er geen weg over land; vanaf de Nicaraguaanse grens gaat loopt er een dag-lange zandweg-grindweg-hobbelweg naar Puerto Lempira.

De landingsbaan is ik schat zo´n 1500 meter lang, en er zijn in de loop der jaren verwoede pogingen gedaan om er een gesloten omheining omheen te zetten. Grotendeels is dat gelukt, vooral aan het eind, en aan de voorkant is het niet nodig, want anders kom je de baan niet op en kun je dus ook niet in het vliegtuig stappen. Die 1500 meter zijn er echter een heleboel, en echt teveel om heen en weer te lopen voor de mensen die aan de andere kant van de baan wonen of gewoon ´halverwege´ willen oversteken. Want Puerto Lempira is sterk gegroeid en heeft bijna net zoveel huizen aan weerskanten van de vliegstrip, die naar verluid ooit buiten de bebouwde kom lag. Ook belangrijke instanties zoals de politie en de rechtbank liggen ´aan de overkant van de landingsbaan´, vanuit het centrum gezien. Aan beide kanten zitten er dus allemaal gaten in de omheining, de één kleiner dan de ander, maar soms zelfs groot genoeg om een pick-up door te laten. Want ja, ook verhuizen moet kunnen via de kortste weg. Aangezien de straten geen namen of nummers hebben, is de adresomschrijving barrio aeropuerto eigenlijk altijd van toepassing. Klopt altijd, of in elk geval min of meer.

Wie denkt dat hierdoor een gevaarlijke situatie is ontstaan, kan gerust zijn, dat valt reuze mee. Zie je de vliegtuigen niet aankomen, dan hoor je ze toch echt wel als ze zo dichtbij zijn, en anders schudt het stof dat ze doen opwaaien je wel wakker, zo is kennelijk de redenering van de autoriteiten, want de situatie is in de bijna vier jaar dat ik hier zit, niet veranderd. Bijna elke dag landen er wel twee of drie toestellen met een capaciteit van 15-20 personen, vanuit La Ceiba of Tegucigalpa. Daarnaast zijn er nog een paar kleine lokale vliegtuigjes, die ongeveer (afhankelijk van de omvang) vijf passagiers kunnen vervoeren. Die vliegen niet op schema, maar gewoon als ze ´vol´ zijn.

De vliegtuigen uit La Ceiba of Tegucigalpa vertrekken altijd weer op dezelfde dag, want er is alleen een hangar voor de kleine vliegtuigjes. De hangar ligt helemaal aan het begin van de vliegstrip, aan de overkant van de weg. Zo kan het dus gebeuren dat je op de fiets je weg kruist met een vliegtuigje dat de straat oversteekt. Goed, dat heeft dan al zo´n vaart niet meer, en de piloot kan altijd het raampje nog open gooien om je verbaal te waarschuwen, zoals nogal eens gebeurt.

Terug naar de vliegstrip. Voor het landen en opstijgen van wordt ´ie eigenlijk alleen ´s ochtends gebruikt; afgezien van de lokale vluchten zijn middagvluchten een zeldzaamheid. ´s Morgens vóór dag en dauw, of juist in de namiddag wordt de vliegstrip gebruikt om te hardlopen, door bijvoorbeeld de militairen van het Quinto Batallón en een aantal sportievelingen uit Puerto Lempira. ´t Is een aardige afstand om je vorderingen te kunnen meten, het zand en grind en een lichte helling, afgewisseld met wat groen maken het goed loopbaar en verdwalen is onmogelijk. Jawel, ik ben sinds kort ook weer begonnen.

donderdag, september 02, 2010

´Ze haalt me van school!´

Maryurie is een van onze vrijwilligers, nog net geen vijftien wel redelijk wereld- en eigenwijs, en niet altijd even punctueel in het nakomen van afspraken. Om nog maar te zwijgen van (enigszins) op tijd komen. Een goedlachse, tikkeltje brutale, gezellige 100% puber.

Zaterdagmiddag kwam Maryurie ongerust en gehaast bij me langs. Voor ik er erg in had, was ze al naar binnen geglipt en zat ze op de bank: ´Anja, ik moet met je praten, ik heb een probleem… eehhh, kijk, het zit zo, ik heb een mobieltje gekregen van een vriend, maar ik heb tegen mijn moeder gezegd dat ik ´m van jou gekregen heb. En nu zegt mijn moeder dat ze met jou wil praten. Want ze gelooft me niet.´

Dat gebeurt veel hier, dat mensen je niet op je woord geloven. En ik heb geleerd om dat ook niet (meer) altijd te doen, want het kan je een hoop teleurstellingen opleveren. De moeder van Maryurie, net als vele andere mensen, heeft er waarschijnlijk alle reden toe om Maryurie niet te geloven, want het zal niet de eerste keer zijn, dat haar dochter, net als veel andere mensen, verhaaltjes vertelt.

Tja, daar zit je dan als enthousiaste projectcoordinator die blijft beweren voor de jongeren te gaan. Enerzijds wil ik Maryurie natuurlijk niet afvallen, maar anderzijds bevallen al die leugens (van niet alleen haar) me helemaal niet. Ik vraag haar wat het probleem is om haar moeder de waarheid te vertellen...

Nou, dat ziet Maryurie somber in. ´Echt, dat pikt ze niet hoor, en ze zegt dat als ik die mobiel echt van hem heb gekregen, ze ´m af gaat pakken en hem terug gaat geven aan hem. En dan mag ik niet meer uit, dan mag ik niet meer meedoen met de vrijwilligers enzo. En ze haalt me van school.´

Het zal je maar gezegd worden. Ouders dreigen hier soms met overdreven en onredelijke straffen, en vooral meisjes worden vaak als eerste drastisch binnen de deur gehouden als er twijfels over haar contacten zijn. En dus verzinnen die meisjes allerlei smoesjes om wel (weer) naar buiten te kunnen. Goed, de dreigemententen van Maryuries moeder lijken me wat overdreven, maar toch wil ik wel wat meer weten over die mobieltje-donerende-vriend.

´Hij komt uit La Ceiba, en hij woont vlakbij m´n zus. Hij werkt in de bouw, en als bij m´n zus ben, dan praten we af en toe. Hij is getrouwd en heeft kinderen, nee het is geen vriendje! Hij heeft me gewoon een mobieltje gegeven zodat we kunnen bellen.´ Ook dit verhaal overtuigt me niet. Maryurie had al lang een mobiel en bovendien worden er maar weinig van dergelijke dingen kado gedaan zonder bijbedoelingen, zeker niet door de mannen van hier. Helaas ken ik maar al teveel voorbeelden van slechte verhalen die een vergelijkbaar begin hadden.

Natuurlijk ga ik Maryurie niet helpen dit fantasieverhaal in stand te houden. Ik probeer haar uit te leggen, dat het sterkste wat ze kan doen is, naar haar moeder gaan en haar de waarheid vertellen, excuses vragen voor het liegen, en proberen haar vertrouwen te winnen. En als die vriend echt niks voorstelt, zeg dat er dan maar bij. Goed, je moeder hoeft echt niet alles te weten, maar kijk wel uit wat je doet en geloof niet alles wat een man tegen je zegt. Je weet hoe dat kan aflopen. Stel je grenzen en accepteer niet alles zomaar. (Oeps, ik voel me ineens een stuk ouder worden…)